De moeder, belast met het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, verzoekt de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) van 5 april 2024 te laten vervallen. Deze aanwijzing betrof een aangepaste omgangsregeling waarbij het contact tussen moeder en kind werd beperkt tot eenmaal per maand anderhalf uur, vanwege overbelasting en het belang van het kind.
Tijdens de mondelinge behandeling op 21 mei 2024 werd duidelijk dat de GI de schriftelijke aanwijzing niet langer uitvoert en de omgangsregeling inmiddels is aangepast naar eenmaal per twee weken een uur bezoek onder begeleiding. De kinderrechter overweegt dat de nieuwe regeling beter aansluit bij de behoeften van het kind en de moeder, en dat het niet om meer contact gaat, maar om kwalitatief beter contact.
Omdat de schriftelijke aanwijzing niet langer wordt uitgevoerd, heeft de moeder geen belang meer bij haar verzoek. Daarom verklaart de rechtbank haar niet ontvankelijk. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.