De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van een voorwaardelijke machtiging om een minderjarige op te nemen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De minderjarige woont bij haar moeder en staat onder toezicht tot 10 september 2024. Eerder was een voorwaardelijke machtiging verleend van 1 december 2023 tot 10 maart 2024.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de minderjarige aan niet bereid te zijn de voorwaarden van het hulpverleningsplan na te leven, zoals schoolbezoek en deelname aan dagbesteding. Ook toonde zij geen interesse in psychologische gesprekken. De moeder meldde dat de sfeer thuis beter is, maar dat de minderjarige geen dag- en nachtritme meer heeft en niet meer naar school gaat.
De kinderrechter oordeelde dat op grond van artikel 6.1.4 Jeugdwet een voorwaardelijke machtiging alleen kan worden verleend als de jeugdige bereid is de voorwaarden na te leven. Nu de minderjarige dit niet is, kan niet aan het instemmingsvereiste worden voldaan. Daarom werd het verzoek afgewezen, ondanks de ernstige zorgen over de situatie van de minderjarige.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na dagtekening.