De rechtbank Rotterdam heeft op 28 mei 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van het opzettelijk buiten Nederland brengen van circa 1995 gram cocaïne. De verdachte werd staande gehouden tijdens een internationale 'Étoile'-actie gericht op het terugdringen van drugstoerisme. Tijdens de controle werd de auto doorzocht met toestemming van de verdachte, waarbij de cocaïne werd aangetroffen in een verborgen ruimte.
De verdediging voerde aan dat de staandehouding en doorzoeking onrechtmatig waren, onder meer vanwege het ontbreken van een beëdigd tolk en het niet vooraf geven van de cautie. De rechtbank oordeelde echter dat de staandehouding en doorzoeking rechtmatig waren uitgevoerd, mede doordat de verdachte in het Frans werd toegesproken en toestemming gaf zonder aanwijzingen van miscommunicatie.
De verdachte bekende de cocaïne zelf in de auto te hebben geplaatst en onderweg te zijn naar België. De rechtbank achtte het bewezen dat hij opzettelijk de cocaïne vervoerde met de bestemming België, wat een ernstig strafbaar feit is. Gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn proceshouding, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De in beslag genomen auto werd onttrokken aan het verkeer.