Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.De bestreden uitspraak
3.Beoordeling van het middel
HR 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9670, NJ 2006/653).
4.Slotsom
5.Beslissing
1 november 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een dynamische verkeerscontrole uitgevoerd door de politie waarbij verdachte werd aangehouden en in zijn auto hennep werd gevonden. Het hof sprak verdachte vrij omdat het de controlebevoegdheden van de Wegenverkeerswet 1994 uitsluitend aangewend achtte voor opsporingsdoeleinden, wat volgens het hof een détournement de pouvoir opleverde en bewijsuitsluiting rechtvaardigde.
De Hoge Raad oordeelt dat het vorderen van inzage in rijbewijs en kentekenbewijs impliceert dat de controlebevoegdheden rechtmatig zijn uitgeoefend ter naleving van de Wegenverkeerswet. Dat deze bevoegdheden daarnaast opsporingshandelingen mogelijk maken, betekent niet dat ze uitsluitend voor een ander doel zijn gebruikt. Het hof heeft dit oordeel niet voldoende gemotiveerd en is niet begrijpelijk.
Wel merkt de Hoge Raad op dat selectie van bestuurders op grond van etnische of religieuze kenmerken onrechtmatig kan zijn, maar in deze zaak is dat niet gebleken. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde behandeling.