ECLI:NL:RBROT:2024:5288
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitschrijving uit de Basisregistratie Personen wegens onduidelijke woonsituatie
Verzoekster is uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam omdat zij niet reageerde op een verzoek om haar juiste adresgegevens door te geven. Verzoekster betwist dit besluit en stelt dat het onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende gemotiveerd. Zij heeft in januari 2024 alle benodigde gegevens aan het college verstrekt, maar het college heeft dit over het hoofd gezien en toch het besluit genomen.
De voorzieningenrechter constateert dat het dossier van het college niet compleet is en dat niet duidelijk is of aan de wettelijke voorwaarden voor uitschrijving is voldaan. Er zijn huisbezoeken geweest waarbij verzoekster niet thuis was, en er is onvoldoende bewijs dat zij daadwerkelijk op het BRP-adres woont. Vanwege de grote gevolgen van de uitschrijving, zoals het verlies van huurtoeslag en problemen bij andere instanties, wordt het spoedeisend belang van verzoekster erkend.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verzoekster moet tijdens de bezwaarprocedure meer openheid van zaken geven door de gevraagde stukken te overleggen. Het college dient het besluit volledig te heroverwegen op basis van een compleet dossier en de aangeleverde stukken. Proceskostenvergoeding wordt afgewezen en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het besluit tot uitschrijving uit de BRP wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.