ECLI:NL:RVS:2023:1658
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake onrechtmatige uitschrijving uit Basisregistratie Personen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam schreef [wederpartij] per 22 maart 2019 uit de Basisregistratie Personen (Brp) uit, omdat zij volgens het college niet op het opgegeven adres woonde. Dit werd gebaseerd op onaangekondigde huisbezoeken waarbij [wederpartij] niet werd aangetroffen en een laag energie- en waterverbruik. Het college weigerde vervolgens ook haar herinschrijving.
De rechtbank oordeelde dat het adresonderzoek van het college niet voldeed aan de vereisten en dat de uitschrijving en weigering onrechtmatig waren. De rechtbank vernietigde de besluiten en bepaalde dat de inschrijving moest worden hersteld. Het college stelde hoger beroep in tegen het oordeel over de uitschrijving, maar erkende dat de weigering onzorgvuldig was voorbereid.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Hoewel het college huisbezoeken en verbruiksgegevens had onderzocht, was het onvoldoende aangetoond dat [wederpartij] niet op het adres woonde. Zij was tijdens een onaangekondigd bezoek wel aanwezig en had persoonlijke spullen in de woning. Het lage verbruik kon worden verklaard door haar leefwijze en verblijf bij haar moeder. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat het college onterecht [wederpartij] heeft uitgeschreven en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.