ECLI:NL:RBROT:2024:5313

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 april 2024
Publicatiedatum
11 juni 2024
Zaaknummer
C/10/677656 HO RK 24/428
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 371 lid 10 FwArt. 380 lid 4 FwArt. 382 FwArt. 383 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking homologatieverzoek en aanstelling observator in WHOA-procedure

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een besloten vennootschap tot homologatie van een akkoord in het kader van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). De verzoekster had een startverklaring en stemverslag ingediend en vroeg homologatie van het akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Faillissementswet Pro.

De rechtbank constateerde dat niet alle klassen hadden ingestemd en dat nog geen observator was aangesteld. Daarom benoemde zij mr. M. Kooiman als observator, wiens kosten voor rekening van de verzoekster komen. De rechtbank stelde een maximum bedrag voor de werkzaamheden van de observator vast en bepaalde dat de verzoekster zekerheid moet stellen voor betaling.

De rechtbank stelde de datum van de zitting vast op 17 mei 2024 en vroeg de observator uiterlijk 13 mei 2024 een zienswijze te geven over de voorwaarden voor homologatie en eventuele discussiepunten. Tevens werd de verzoekster opgedragen de stemgerechtigden en aandeelhouder onverwijld schriftelijk te informeren over de beschikking en de mogelijkheid tot aanmelding voor de zitting.

Uitkomst: De rechtbank stelt de datum voor behandeling homologatieverzoek vast en benoemt een observator met kostenverdeling en communicatieverplichtingen.

Uitspraak

Rechtbank ROTTERDAM

Team Insolventie – meervoudige kamer
dagbepaling behandeling verzoek homologatie onderhands akkoord en aanstelling observator
rekestnummer: C/10/677656 HO RK 24/428
uitspraakdatum: 22 april 2024
Beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 Fw Pro in de besloten akkoordprocedure buiten faillissement, van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster]
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
aldaar handelend onder de naam
[verzoekster] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. J.A. Bloo.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft op 2 februari 2024 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van Pro de Faillissementswet (hierna: Fw) gedeponeerd.
1.2.
[verzoekster] heeft op 19 april 2024 een stemverslag als bedoeld in artikel 382 Fw Pro ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd.
1.3.
[verzoekster] heeft op 19 april 2024 een verzoekschrift met bijlagen tot homologatie van het door haar aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw Pro ingediend.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek om homologatie van het akkoord en zal gezien artikel 383 lid 4 Fw Pro, de zitting bepalen waarop zij de homologatie behandelt.
2.2.
Nu [verzoekster] een verzoek heeft ingediend tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd en de rechtbank nog geen herstructureringsdeskundige heeft aangewezen of een observator heeft aangesteld, stelt de rechtbank ingevolge artikel 383 lid 4 Fw Pro alsnog een observator aan, te weten mr. M. Kooiman. De kosten van de observator komen voor rekening van [verzoekster] die voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen. De rechtbank zal op de voet van artikel 380 lid 4 Fw Pro jo artikel 371 lid 10 Fw Pro het salaris van de observator bepalen.
2.3.
De rechtbank wenst van de observator op
maandag, 13 mei 2024 om uiterlijk 16:00 uureen zienswijze te ontvangen op het verzoek tot homologatie van het akkoord, waaronder ten aanzien van de vraag of (i) aan de voorwaarde van artikel 383 lid 1 Fw Pro is voldaan en (ii) sprake is van een van de gronden genoemd in artikel 384 lid 2 Fw Pro. De rechtbank verneemt graag tevens de zienswijze van de observator op (eventuele) discussiepunten tussen verzoeker en belanghebbenden. Mede teneinde de observator de gelegenheid te bieden bovengenoemde zienswijze te formuleren, zal de rechtbank de datum voor de behandeling van het homologatieverzoek, stellen op ondergenoemde dag.
2.4.
Het verzoek tot homologatie wordt op
vrijdag, 17 mei 2024 om 11:00 uurbehandeld in een van de zalen van het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein nrs. 100-125 te Rotterdam.
2.5.
De rechtbank verwacht op grond van de goede procesorde dat eventuele afwijzingsverzoeken uiterlijk
dinsdag, 14 mei 2024 om 12:00 uurworden ingediend.
2.6.
[verzoekster] moet op grond van artikel 383 lid 5 Fw Pro de stemgerechtigden onverwijld schriftelijk kennis geven van deze beschikking en [verzoekster] dient hen te wijzen op de mogelijkheid om zich via de griffier van de rechtbank Rotterdam aan te melden voor de zitting.

3.De beslissing:

De rechtbank:
- bepaalt dat het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 Fw Pro wordt behandeld op
vrijdag, 17 mei 2024 11:00 uurin een van de zalen van het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein nrs. 100-125 te Rotterdam, door de rechters mr. C.G.E. Prenger, mr. V.G.T. van Emstede en
mr. S. Boot;
- stelt aan als observator:
mr. M. Kooiman,
advocaat bij YUR Advocaten B.V.,
correspondentieadres: Postbus 4163, 3006 AD Rotterdam,
bezoekadres: Oostmaaslaan 59-71, 3063 AN Rotterdam;
- draagt [verzoekster] op onverwijld aan de observator te verstrekken alle informatie, die zij onder zich heeft, waarover de observator wenst te beschikken en die nodig is in het kader van de goede uitoefening van haar taak;
- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de observator en van de derden die door haar worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten vast op een bedrag van € 7.500,00 exclusief BTW;
- bepaalt dat de kosten van de observator ten laste van [verzoekster] komen en dat [verzoekster] voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen;
- bepaalt dat [verzoekster] de stemgerechtigde schuldeisers en de aandeelhouder onverwijld schriftelijk kennis geeft van deze beschikking en hen wijst op de mogelijkheid om zich via de griffier van de rechtbank Rotterdam aan te melden voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G.E. Prenger, voorzitter, mr. V.G.T. van Emstede en mr. S. Boot, rechters, en in aanwezigheid van mr. E.E. Hiele, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 april 2024.