ECLI:NL:RBROT:2024:5339
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel in drugs
De burgemeester van Rotterdam heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van de woning van verzoeker voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van 19,2 gram cocaïne, een handelshoeveelheid. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de drugs uitsluitend voor eigen gebruik waren. Daarnaast waren er meldingen van overlast, vond politie een alarmpistool, pepperspray en gestolen goederen in de woning, en was er een geschiedenis van incidenten in de wijk. De burgemeester was daarom bevoegd en de sluiting noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en openbare orde.
Verzoeker voerde aan dat de sluiting onevenwichtig was vanwege zijn verslaving en de omgang met zijn zoon, maar de voorzieningenrechter vond dat deze omstandigheden niet opwogen tegen het belang van handhaving van de openbare orde. De omgang met de zoon kan elders plaatsvinden en de verslaving vergroot juist het risico op herhaling. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de woning blijft voor drie maanden gesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de woning blijft drie maanden gesloten.