ECLI:NL:RVS:2023:1698
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Dordrecht besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning voor drie maanden te sluiten na een politieonderzoek waarbij drugs werden aangetroffen en meldingen van drugshandel vanuit de woning. De verzoekster, huurder van de woning, maakte bezwaar en stelde dat de drugs voor eigen gebruik waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en de sluiting noodzakelijk en evenredig was.
In hoger beroep betoogde verzoekster dat de drugs en mannitol voor eigen gebruik waren en dat de burgemeester een minder zwaar middel had moeten toepassen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat bij een hoeveelheid harddrugs boven 0,5 gram wordt uitgegaan van handel tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het voor eigen gebruik is. Verzoekster slaagde hier niet in omdat zij geen helder en consistent betoog voerde en meldingen van buurtbewoners en gebruikers de handel aannemelijk maken.
De Afdeling vond de sluiting noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. De burgemeester had de nadelige gevolgen voor verzoekster betrokken en de sluiting was evenredig, mede omdat verzoekster op de hoogte was van de drugs. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt ongegrond verklaard en de sluiting bevestigd.