Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2024 in de zaak tussen
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
- 21 november 2022, resultaat van de meting: 690 µg/l (= 1,587 ‰);
- 22 november 2022, resultaat van de meting: 605 µg/l (= 1,392 ‰);
- 12 maart 2023, resultaat van de meting: 630 µg/l (= 1,449 ‰).
Eisers betoog dat het CBR de aanhouding op 22 november 2022 niet bij haar besluitvorming heeft mogen betrekken omdat deze aanhouding vlak achter de aanhouding van 21 november 2022 heeft plaatsvonden, slaagt niet. Er is geen sprake van een doorlopende overtreding. Het gaat om twee afzonderlijke aanhoudingen op verdenking van overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet. De eerste overtreding wegens het rijden onder invloed, waarvoor eiser naar het politiebureau is gebracht, en de tweede wegens het vervolgens (weer) gaan rijden onder invloed ditmaal ook in strijd met een inmiddels opgelegd rijverbod en intrekking van het rijbewijs. De overtredingen hebben na elkaar met een tussenpozen van ongeveer twee uur plaatsgevonden. De stelling van eiser dat er sprake was van een afname van de hoeveelheid alcohol in zijn bloed leidt niet tot een andere conclusie nu de aangetroffen hoeveelheid nog steeds te veel was.