Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3) bedreiging en 4) het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie.
3.Eis officieren van justitie
- bewezenverklaring van moord, poging tot moord, bedreiging en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie;
- veroordeling van de verdachte tot een levenslange gevangenisstraf.
4.Waardering van het bewijs
[slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] of [slachtoffer 2] ) wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe is het volgende aangevoerd.
Vaststelling feiten en omstandigheden
Bent je niet bang dat ik uit de bosjes komt. Haha dus doe normaal kan overal dus niet zo gek denken over mij nooit doe ik jou wat aan dus denkt Eve na wat je allemaal zegt ban van mij ja dat moet je zeker zijn als je mij te gek doet dan kan ik een eens zijn zonder aankondiging”. Toen [slachtoffer 2] aangaf dat zij haar spullen wilde komen ophalen, stuurde hij het volgende bericht: “
Als ik jou wat aan wilt doen kan altijd en waar dan ook dat weet je tot morgen”. Op 14 januari 2023 berichtte hij: “
Ik ga op reis neemt jullie allemaal mee dus goed opletten!!. De boodschap komt straks parkings opde Veranda. Niet huilen straks krijg je een seintje voor geparkeerd wordt. Je denkt dat ik Bluf ga jullie nu meemaken dan ga ik voor altijd rusten”.
13 jaren alles voor mij gedaan laatste twee maanden liegen en snikkie doen terwijl dat echt niet hoeft vraagt gewoon praten met uit elkaar en gewoon doen hebt honderd keer gezegd heb veel verdriet van alles wat ik verkeerd heb je gedaan maar jij blijft maar doorgaan! het is goed zo ga maar. Mij kleineren en grote bek kontenu.! Wat is met ons gebeurt [voornaam slachtoffer 2] alles is eens te veel (…) ik ben hier weg”.
my kleding liggen bij [persoon A] ”.De verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij kleding bij een kennis had gebracht.
[voornaam slachtoffer 2] tot de dood ons scheidt”. De verdachte bevond zich op dat moment op de parkeerplaats, in zijn auto. De verdachte is vervolgens gedurende bijna een uur in de BMW blijven zitten. Het vuurwapen bevond zich op dat moment, blijkens zijn verklaring, in zijn broeksband. Op het moment dat [slachtoffer 2] weer bij de auto van haar moeder arriveerde, is de verdachte uitgestapt en naar haar toe gegaan, waarbij hij het geladen vuurwapen heeft meegenomen.
Juridisch kader
Beoordeling van het tegen [slachtoffer 2] uitgeoefende geweld (feit 2)
[voornaam slachtoffer 2] tot de dood ons scheidt”. Direct nadat zij uit het winkelcentrum kwam heeft hij haar op de parkeerplaats benaderd en haar vervolgens – met een korte tussenpauze – tweemaal van korte afstand in de rug geschoten. Voor zover de verdachte het besluit om [slachtoffer 2] te doden niet al eerder had genomen, blijkt uit het versturen van het hiervoor aangehaalde bericht dat hij in ieder geval vanaf het moment van het versturen van het tekstbericht daartoe de beslissing had genomen. De verdachte heeft op de parkeerplaats, na het versturen van dit bericht, nog ruimschoots de tijd gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daar rekenschap van te geven. Ook de uiterlijke verschijningsvorm van een vooropgezet vluchtplan met het wegzetten van de BMW in een doodlopende straat in Zwijndrecht en een lange wandeling via de brug naar Dordrecht naar de – eerder daar geplaatste – Skoda, draagt bij aan het oordeel dat sprake is geweest van een planmatige aanpak.
[voornaam slachtoffer 2] tot de dood ons scheidt” dient te worden opgevat als een uiting van genegenheid. Mede gelet op het moment waarop en de omstandigheden waaronder het bericht is verzonden acht de rechtbank dit geen logische en geloofwaardige uitleg van het chatbericht. Als de verdachte slechts van plan was om [slachtoffer 2] op de parkeerplaats aan te spreken – zoals hij zelf heeft verklaard – bestond er geen enkele aanleiding om kort daarvoor een dergelijk bericht te sturen. Ook heeft de verdediging betwist dat de verdachte het vuurwapen bij zich had met het doel om daarmee op de slachtoffers te schieten. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij regelmatig een wapen bij zich droeg, om zich te beschermen tegen personen die volgens de verdachte zouden denken dat in zijn woning mogelijk geld te halen was. Uit het feit dat de verdachte op 21 januari 2023 een wapen bij zich droeg, zou volgens de verdediging dus niet blijken dat bij de verdachte sprake was van een plan om [slachtoffer 2] te doden. Ook dit acht de rechtbank niet aannemelijk. Het dossier bevat geen aanknopingspunten aan de hand waarvan de verklaring van de verdachte – die nu voor het eerst ter zitting naar voren is gekomen – kan worden geverifieerd. Hoe dan ook zou in het eventuele feit dat er mogelijk mensen waren die het op de woning en/of geld van de verdachte voorzien zouden hebben, geen reden kunnen worden gevonden waarom de verdachte het wapen zou hebben moeten meenemen naar Dordrecht en in zijn broeksband bij zich moest dragen op het moment dat hij [slachtoffer 2] benaderde op de parkeerplaats - te meer niet omdat de verdachte stelt dat hij haar geen angst wilde aanjagen. Bovendien heeft de verdachte ter zitting ook verklaard dat hij inmiddels geen angst meer had voor de personen tegen wie hij zich moest beschermen, aangezien hij deze reeds eerder in de buurt van zijn woning had afgeschrikt door hen met een vuurwapen te bedreigen. Hiernaast wordt zijn verklaring dat hij het wapen ook tijdens het rijden altijd aan de voorzijde in zijn broeksband bewaarde – en dat hij deze dus niet bewust uit de auto heeft meegenomen toen hij [slachtoffer 2] confronteerde – weerlegd door de constatering dat hij het wapen ten tijde van zijn aanhouding bewaarde in een opbergvak in de door hem gebruikte auto. Gelet op al het voorgaande concludeert de rechtbank dat er geen ruimte is voor de interpretatie van de bewijsmiddelen zoals door de verdediging naar voren gebracht.
Conclusie ten aanzien van het tegen [slachtoffer 2] uitgeoefende geweld
Beoordeling van het tegen [slachtoffer 1] uitgeoefende dodelijk geweld (feit 1)
Conclusie ten aanzien van het jegens [slachtoffer 1] uitgeoefende dodelijk geweld
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen
- [benadeelde 1] (dochter van de overledene), vertegenwoordigd door mr. S.M. Diekstra. Zij vordert vergoeding van € 17.500,- aan affectieschade en € 30.000,- aan schokschade;
- [benadeelde 2] (dochter van de overledene), vertegenwoordigd door mr. N. Stolk. Zij vordert vergoeding van € 17.500,- aan affectieschade en € 25.000,- aan schokschade;
- [benadeelde 3] (dochter van de overledene), vertegenwoordigd door mr. N. Stolk. Zij vordert vergoeding van € 17.500,- aan affectieschade en € 25.000,- aan schokschade;
- [benadeelde 4] (dochter van de overledene), vertegenwoordigd door mr. N. Stolk. Zij vordert vergoeding van € 17.500,- aan affectieschade en € 25.000,- aan schokschade;
- [benadeelde 5] (kleindochter van de overledene), vertegenwoordigd door
Affectieschade bij overlijden
Schokschade
Materiële schade
21 januari 2023.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) jaar;
[benadeelde 1]te betalen een bedrag van
€ 296.621,05 (zegge: tweehonderdzesennegentigduizend zeshonderdéénentwintig euro en vijf cent),bestaande uit € 29.121,05 (zegge: negenentwintigduizend honderdéénentwintig euro en vijf cent) aan materiële schade en € 267.500,- (zegge: tweehonderdzevenzestigduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de data zoals vermeld in onderstaand tabel tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde 1]te betalen
€ 296.621,05 (hoofdsom zegge: tweehonderdzesennegentigduizend zeshonderdéénentwintig euro en vijf cent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data zoals vermeld in hiervoor vermeld tabel tot aan de dag der algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
265 dagen;
[benadeelde 2]te betalen een bedrag van
€ 32.500,- (zegge: tweeëndertigduizend vijfhonderd euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde 2]te betalen
€ 32.500,- (hoofdsom zegge: tweeëndertigduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 dagen;
[benadeelde 3]te betalen een bedrag van
€ 32.500,- (zegge: tweeëndertigduizend vijfhonderd euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde 3]te betalen
€ 32.500,- (hoofdsom zegge: tweeëndertigduizend vijfhonderd euro),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 dagen;
[benadeelde 4]te betalen een bedrag van
€ 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde 4]te betalen € 17.500,-
(hoofdsom zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
14 dagen;
[benadeelde 5]te betalen een bedrag van
€ 27.465,- (zegge: zevenentwintigduizend vierhonderdvijfenzestig euro),bestaande uit € 9.965,- (zegge: negenduizend negenhonderdvijfenzestig euro) aan materiële schade en € 17.500,- (zegge: zeventienduizend en vijfhonderd) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de data zoals vermeld in onderstaand tabel tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde 5]te betalen
€ 27.465,- (hoofdsom zegge: zevenentwintigduizend vierhonderdvijfenzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data zoals vermeld in hiervoor vermeld tabel tot aan de dag der algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
25 dagen;
[benadeelde 6]te betalen een bedrag van
€ 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde 6]te betalen
€ 1.500,- (hoofdsom zegge: vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
1 dag;
mr. P. Putters, voorzitter,