ECLI:NL:RBROT:2024:556
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wettelijke schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens haar onvermogen om haar schulden te voldoen. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoekster daadwerkelijk niet meer kan betalen of dit redelijkerwijs niet kan voortzetten.
Hoewel verzoekster een eerdere ingangsdatum van de regeling heeft verzocht op basis van gespaarde bedragen tijdens schuldhulpverlening, kon de rechtbank niet vaststellen dat zij aan haar aflossingsverplichtingen heeft voldaan. De aangeleverde stukken gaven onvoldoende inzicht in de periode en hoogte van de aflossingen.
Daarnaast bleek dat sinds augustus 2023 beslag ligt op haar uitkering, waardoor zij maandelijks een bedrag afdraagt aan de deurwaarder en niet aan schuldeisers. Daarom werd het verzoek tot een eerdere ingangsdatum afgewezen en de ingangsdatum vastgesteld op 26 januari 2024.
De rechtbank stelde de looptijd van de regeling vast op 18 maanden en benoemde een rechter-commissaris. Tevens werd een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend en de bewindvoerder gemachtigd tot het openen van aan schuldenaren gerichte post.
De uitspraak is openbaar en tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schuldsaneringsregeling toe met ingang van 26 januari 2024 en stelt de looptijd op 18 maanden, terwijl het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.