ECLI:NL:RBROT:2024:5655
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen opleggen cursus door CBR na snelheidsovertreding
Verzoeker is door het CBR verplicht gesteld een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) te volgen vanwege snelheidsovertredingen op 16 juli 2023, waarbij hij volgens het proces-verbaal snelheden van 140 en 194 km/u reed waar 100 km/u was toegestaan. Verzoeker betwist de juistheid van het proces-verbaal op basis van natuurkundige berekeningen, maar deze gaan uit van de aanname dat hij over het gehele traject een hoge snelheid heeft gereden, wat niet vaststaat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het CBR terecht uitgaat van het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal, tenzij er gegronde redenen zijn om daaraan te twijfelen. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat het proces-verbaal onjuist is. De reactie van de politieagent op de betwisting is weliswaar onduidelijk, maar dat leidt niet tot twijfel aan de snelheidsovertredingen.
Hoewel verzoeker een spoedeisend belang heeft omdat hij de cursusdagen al heeft ingepland en kosten heeft gemaakt, wordt het verzoek afgewezen. De voorzieningenrechter ziet af van onmiddellijke uitspraak in de beroepszaak omdat verzoeker de uitkomst van een strafzaak wil afwachten. De cursus blijft voorlopig verplicht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het opleggen van de cursus door het CBR wordt afgewezen.