ECLI:NL:RBROT:2024:5762
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing meerderjarigenbewind wegens beheer door tbs-kliniek
Betrokkene verblijft in een tbs-kliniek en staat onder een meerderjarigenbewind dat op verzoek van Fivoor, de instelling waar betrokkene verblijft, is heroverwogen. De kantonrechter oordeelt dat een tbs-kliniek kwalificeert als een instelling die verzorging en begeleiding biedt, waardoor het beheer van de financiën volgens wettelijke bepalingen bij het hoofd van de inrichting berust, tenzij anders bepaald in het behandelplan.
De maatregel tbs met dwang is zonder einddatum en recent verlengd, waardoor het beheer van het geld door de inrichting wordt uitgevoerd. Er zijn geen andere afspraken gemaakt die dit wijzigen. De kantonrechter constateert dat de bewindvoering in de praktijk niet effectief was; betrokkene voerde feitelijk zelf de regie over zijn financiën, terwijl de bewindvoerder slechts beperkte administratieve taken verrichtte.
Daarnaast is gebleken dat financiën een risicofactor vormen vanwege eerdere vermogensdelicten van betrokkene. Om deze redenen acht de kantonrechter het bewind onwenselijk en heft het bewind per direct op. De bewindvoerder wordt vrijgesteld van het afleggen van een eindrekening en verantwoording.
Uitkomst: Het meerderjarigenbewind wordt per direct opgeheven en de bewindvoerder wordt vrijgesteld van het afleggen van eindrekening en verantwoording.