Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
4.Geldigheid dagvaarding feiten 2 en 3
5.Waardering van het bewijs
- (groeps)snapchatgesprekken en whatsappgesprekken, waar één of meer van de verdachten deel van uitmaakten en die zijn gevoerd kort voor, tijdens of vlak na het plegen van een bankhelpdeskfraude. In die gesprekken werden gegevens met betrekking tot die fraude vermeld en gedeeld, zoals de naam en het adres van de aangever, een ophaalcode, pincode en een naam van één van de hiervoor genoemde koeriers. Ook werden in die gesprekken instructies gegeven wat iemand moest doen, wat achteraf overeen blijkt te komen met handelingen die door de beller, koerier of pinner in die fraudezaak zijn verricht;
- notities met een (aanmaak)datum en een inhoud die te relateren zijn aan een specifieke aangifte;
- onder andere op de telefoons van de verdachte en [medeverdachte 1] : screenshots van bankpassen van aangevers, zoekopdrachten naar adressen van aangevers, gevolgd door het openen van Google Maps, en gegevens van geldautomaten die zich in de buurt van de woningen van verschillende aangevers bevinden;
- op de telefoons van de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] : belscripts voor het plegen van bankhelpdeskfraude. De belscripts beginnen met “Goedendag” of “U spreekt met’, gevolgd door één of meer namen van de vier hiervoor genoemde bankmedewerkers. In het belscript met als bellers [naam 3] en [naam 4] wordt achter de naam een telefoonnummer vermeld: [telefoonnummer 1] respectievelijk [telefoonnummer 2] . Meerdere aangevers zijn gebeld door één van deze telefoonnummers. Uit de aangiftes blijkt verder dat de inhoud van de belscripts overeenkomt met het praatje dat de nepbankmedewerkers met de aangevers aan de telefoon hebben gevoerd. Op de telefoons van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn screenshots van de LinkedInprofielen van [naam 3] respectievelijk [naam 1] aangetroffen;
- op een kladblok in de woning van [medeverdachte 1] : het telefoonnummer [telefoonnummer 1] ;
- lijsten met persoonsgegevens, veelal van bejaarde personen, waarop naast namen en adressen ook telefoonnummers en bankrekeningnummers van die personen werden vermeld (zogenoemde leads). De gegevens van veel aangevers stonden op deze lijsten vermeld;
- chatgesprekken over luxe goederen of waarin wordt doorgegeven welk luxe goed iemand wil hebben (‘ben nu in lv, nu Shoebaloo’, ‘pak shirtjes, Moncler, die Balenciaga trui’ en ‘nette broek Balenciaga’). Bij alle verdachten zijn luxe goederen (van onder andere de genoemde merken) aangetroffen en in beslag genomen;
- overige chatgesprekken en notities waarin termen worden gebezigd die te relateren zijn aan bankhelpdeskfraude, zoals ‘bellen’, ‘ophalen’, ‘ophaalcode’, ‘kaarten pakken’, ‘naar muur gaan’ ‘xk trekken’ en ‘leads’.
€ 990,- per stuk gekocht met de bankpas van de aangeefster. In de woning van de verdachte zijn soortgelijke Dior schoenen ter waarde van € 990,- in beslag genomen.
-verstrekker. In dat kader en op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte ten tijde van deze bankhelpdeskfraude ten behoeve van de op dat moment actieve koerier en pinner de dichtstbijzijnde geldautomaat bij het adres van de woning van het slachtoffer heeft opgezocht en doorgegeven, zodat na het verkrijgen van de bankpas van het slachtoffer daarmee zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde geldautomaat kon worden gegaan om geld op te nemen.
De rechtbank concludeert daarom dat ook in deze zaak kan worden vastgesteld dat de verdachte informatie heeft opgezocht en doorgegeven aan de medeverdachten om hun rol bij de bankhelpdeskfraude uit te kunnen voeren, wat een wezenlijke bijdrage aan deze poging tot oplichting is geweest, zodat hij als medepleger wordt aangemerkt.
[de rechtbank begrijpt: zijn]mobiel en ik bel z’n huistel. Hij is weggelopen.” Dit is gelijkluidend aan de verklaring van de aangever over wat er is gebeurd tijdens het telefoongesprek. Nadat [naam 23] in de groepschat doorgaf dat de aangever was weggelopen -en de oplichting dus mis dreigde te gaan-, reageerde de verdachte met “Jezus”. [naam 23] heeft vervolgens in het snapchatgesprek met alleen de verdachte aan hem gevraagd om snel te komen, omdat de man had opgehangen en niet opnieuw opnam.
- middellijk of onmiddellijk - uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. Het verweer wordt verworpen.
20 april 2021tot en met 13 september 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, van voorwerpen te weten ongeveer
1,8260bitcoin ,de werkelijke aard en de herkomst heeft verborgen en/of verhulden een voorwerp,
257.221 euro, heeft overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemd voorwerp gebruik heeft gemaakt,
20 april2021 tot en met 14 september 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk één of meer geautomatiseerde werken, te weten
ewerken, en vervolgens
20 april2021 tot en met 14 september 2021s in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [aangeefster 1] en [aangeefster 2] en [aangever 2] en [aangever 3]
6.Strafbaarheid feiten
Uit de bewijsmiddelen volgt daarnaast dat het bewezen verklaarde geldbedrag, dat uit de bankhelpdeskfraude afkomstig is, is uitgegeven aan (luxe) goederen en cryptovaluta. De verdachte heeft dat geldbedrag dus overgedragen, omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt en niet ‘enkel verworven of voorhanden gehad’.
2.
medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;
3.
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
4.
witwassen;
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
(€ 34.523,-);
(€ 5.000,-), [slachtoffer 5] (€ 19.720,-), [slachtoffer 6] (€ 33.500,-), [slachtoffer 7] (€ 189.338,-) en [slachtoffer 8] (€ 11.417,-);
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 t/m 5: de kleding, schoenen, accessoires en sieraden (alle voorwerpen vermeld op blz. 1 en 2 met uitzondering van de Apple MacBook pro) en cryptovaluta (nrs. 44, 45 en 46);
de Volksbankte betalen een bedrag van
€ 35.123,00 (zegge: vijfendertigduizend honderdendrieëntwintig euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 17.261,50 vanaf 28 mei 2021, over € 17.261,50 vanaf 17 september 2021 en over € 600,- vanaf 23 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de Volksbank te betalen
€ 35.123,00 (hoofdsom, zegge: vijfendertigduizend honderdendrieëntwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over € 17.261,50 vanaf 28 mei 2021, over € 17.261,50 vanaf 17 september 2021 en over
€ 600,- vanaf 23 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 35.123,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
46 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
Rabobankte betalen een bedrag van
€ 242.918,00 (zegge: tweehonderdtweeënveertig- duizendnegenhonderdachttien euro)aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 33.500,- vanaf 14 mei 2021, € 189.338,- vanaf 26 juli 2021,
€ 19.720,- vanaf 9 augustus 2021 en € 360,- vanaf 16 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de Rabobank te betalen
€ 242.918,00 (zegge: tweehonderdtweeënveertig- duizendnegenhonderdachttien euro), vermeerderd met de
€ 19.720,- vanaf 9 augustus 2021 en € 480,- vanaf 16 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 242.918,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
318 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
van € 439,74 (zegge: vierhonderdnegenendertig euro en vierenzeventig cent)aan materiële schade en
€ 500,00 (zegge: vijfhonderd euro)aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 939,74 vanaf 24 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] te betalen
€ 939,74 (zegge: negenhonderdnegenendertig euro en vierenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over € 939,74 vanaf 24 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 939,74 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
1 dag; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;