ECLI:NL:RBROT:2024:5806
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting Wajong-uitkering bij verhuizing naar het buitenland
Eiseres, die sinds 2021 een Wajong-uitkering ontvangt, verzocht het UWV om haar uitkering mee te nemen naar het buitenland omdat haar moeder en broertje wilden verhuizen. Dit verzoek werd in eerste instantie afgewezen omdat de verhuizing een eigen keuze was zonder noodzaak.
Na het overlijden van haar moeder stelde eiseres dat zij afhankelijk is van haar vader die in Turkije woont en dat er een medische noodzaak voor hem is om daar te verblijven. Het UWV wees dit verzoek af omdat de noodzaak voor de verhuizing niet was aangetoond.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van de hardheidsclausule in de Beleidsregels, omdat zij onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de objectieve en dwingende noodzaak van de verhuizing van haar vader. Ook andere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule zouden rechtvaardigen, zijn niet aannemelijk gemaakt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De rechtbank vindt geen strijd met wet- of bestuursrechtelijke beginselen in het besluit van het UWV.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een objectieve en dwingende noodzaak voor verhuizing naar het buitenland.