ECLI:NL:RBROT:2024:586
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij sluiting pand wegens heling
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het beroep van eiser tegen de sluiting van een pand in Schiedam door de burgemeester voor de duur van drie maanden wegens het aantreffen van gestolen motorvoertuigonderdelen. De burgemeester baseerde de sluiting op de Sanctiestrategie, waarin wordt gesteld dat het aantreffen van gestolen goederen kan leiden tot een sluiting wegens heling.
Eiser betoogt dat geen sprake is van heling omdat slechts een klein deel van de onderdelen gestolen was, hij niet op de hoogte was van de herkomst, en dat de sluiting disproportioneel en onvoldoende gemotiveerd is. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester ten onrechte heeft aangenomen dat het enkel aantreffen van gestolen goederen voldoende is om te spreken van heling en een sluiting van drie maanden te rechtvaardigen.
De rechtbank wijst op het strafrechtelijke begrip heling dat vereist dat de handelaar wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat goederen gestolen waren. Omdat het bestreden besluit deze nuance mist, is sprake van een motiveringsgebrek. De burgemeester krijgt vier weken de tijd om dit gebrek te herstellen met een aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft de burgemeester vier weken om het motiveringsgebrek te herstellen.