ECLI:NL:RBROT:2024:6103
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verzoek voorlopige voorziening en toewijzing proceskostenvergoeding bij bijstandsuitkering
Verzoeker maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard waarin werd bepaald dat hij geen bijstandsuitkering zou ontvangen. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Nadat het college op 6 mei 2024 schriftelijk liet weten dat verzoeker vanaf 11 maart 2024 een bijstandsuitkering kreeg toegekend, trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening op 15 mei 2024 in en vroeg het college te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De voorzieningenrechter stelde het college in de gelegenheid te reageren, waarna het college aangaf de proceskosten te zullen vergoeden voor het indienen van het bezwaarschrift en het verzoek om voorlopige voorziening, zij het tegen een lager bedrag dan door verzoeker opgegeven. De voorzieningenrechter overwoog dat het college met het toekennen van de bijstandsuitkering aan verzoeker is tegemoetgekomen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding toewijsbaar is.
De proceskosten werden berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij twee proceshandelingen werden erkend: het indienen van het bezwaarschrift en het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenvergoeding van in totaal €1.499,- toe en veroordeelde het college tot betaling hiervan. Tevens wees de voorzieningenrechter erop dat het college het griffierecht van €51,- dient te vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €1.499,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.