Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw L. Klein en mevrouw E. Kali, beide werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen bij vonnis van 12 april 2024. Verzoekster werkt fulltime, ontvangt een netto inkomen van circa €2.100 per maand en huurtoeslag. Zij heeft een huurachterstand, maar heeft de huurtermijn van juni 2024 tijdig betaald, zij het met een verkeerde betalingsomschrijving. Tevens is er sprake van budgetbeheer dat waarborgt dat betalingen tijdig zullen plaatsvinden.
Verweerder, de verhuurder, stelt dat er een huurachterstand van dertien maanden is, maar heeft zijn standpunt niet mondeling toegelicht. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat het belang van verzoekster om in de woning te blijven en haar schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij uitvoering van het vonnis.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal worden afgerond. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden en schorst de ontruiming van de huurwoning onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.