Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam 1], eiser
[derde-partij],uit [plaatsnaam 2], de werkgeefster
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat hij vanaf 21 augustus 2023 volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is, waardoor hij geen recht heeft op een IVA-uitkering maar wel op een WGA-uitkering. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser duurzaam arbeidsongeschikt is.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de arbeidsongeschiktheid zorgvuldig heeft vastgesteld aan de hand van medische en arbeidskundige rapportages. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft uitgebreid onderzoek gedaan, inclusief gesprekken met eiser en bestudering van medische stukken. De functionele mogelijkheden van eiser zijn correct vastgesteld, waarbij geen objectief bewijs is gevonden voor een hernia of aanvullende beperkingen.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat duurzame arbeidsongeschiktheid alleen kan worden vastgesteld als de beperkingen medisch stabiel of verslechterend zijn. De FML van 22 januari 2024, waarin de duurzame beperkingen zijn vastgelegd, leidt tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 57,48%, wat onvoldoende is voor een IVA-uitkering.
Daarom is het beroep van eiser ongegrond. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.750,- en het griffierecht van €50,-. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser recht heeft op een WGA-uitkering, niet op een IVA-uitkering.
Uitkomst: Eiser is volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt, geen recht op IVA-uitkering; beroep ongegrond verklaard.