ECLI:NL:CRVB:2014:2519
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde afwijzing van IVA-uitkering na dwarslaesie en psychische klachten
Appellant, die als gevolg van een bedrijfsongeval een dwarslaesie opliep en sindsdien rolstoelafhankelijk is, vroeg een IVA-uitkering aan. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe, maar wees de IVA-uitkering af op basis van een prognose dat zijn psychische belastbaarheid binnen één tot twee jaar zou kunnen verbeteren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het UWV-besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de beperkte verbetering van de psychische belastbaarheid zou leiden tot relevante arbeidsmogelijkheden. De Raad benadrukte dat de beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid een exclusieve taak van de verzekeringsarts is, en dat een arbeidsdeskundige alleen kan beoordelen of de blijvende beperkingen al tot volledige arbeidsongeschiktheid leiden.
Verder oordeelde de Raad dat de prognose van herstel onvoldoende concreet en individueel onderbouwd was, omdat deze te veel steunde op algemene aannames over depressies en niet op de specifieke situatie van appellant. Ook ontbrak een deugdelijke arbeidskundige beoordeling die de mogelijke verbetering van arbeidsmogelijkheden zou kunnen bevestigen.
De Raad droeg het UWV op het besluit binnen acht weken te herzien en beter te motiveren, waarbij aandacht moet zijn voor een concrete, op appellant toegespitste medische en arbeidskundige beoordeling.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit om de IVA-uitkering te weigeren binnen acht weken herzien en beter motiveren.