ECLI:NL:RBROT:2024:633
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Vlaardingen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning te Vlaardingen, welke door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €323.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep behandeld op 14 december 2023.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, omdat de volmacht met het recht van substitutie duidelijk toestaat dat de eerste gevolmachtigde de volmacht kan doorgeven aan een ander. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, onder meer door een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen die voldoende vergelijkbaar zijn op belangrijke kenmerken zoals ligging, type, bouwjaar en oppervlakte.
Eiseres voerde aan dat waardedrukkende omstandigheden onvoldoende zijn meegenomen, zoals de ouderdom van voorzieningen, het energielabel en het ontbreken van een erfpachtcorrectie. De rechtbank stelt dat de heffingsambtenaar deze factoren als gemiddeld heeft beoordeeld en dat het ontbreken van een erfpachtcorrectie juist is, omdat de waarde wordt bepaald alsof de volle en onbezwaarde eigendom wordt overgedragen.
De door eiseres genoemde vergelijkingsobjecten zijn door de heffingsambtenaar beoordeeld en waar nodig niet gebruikt vanwege marktpositie of ligging. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde terecht is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €323.000 wordt ongegrond verklaard.