Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- Het tussenvonnis van 19 april 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van [gedaagde], met bijlagen;
- de akte van [eiseres], met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak tussen voormalige relatiepartners staat een conflict centraal over de afgifte van een auto en diverse roerende zaken die in een garagebox stonden. Gedaagde vordert afgifte van de auto en schadevergoeding voor de spullen die hij stelt te zijn kwijtgeraakt. In een tussenvonnis zijn de vorderingen reeds beoordeeld, maar gedaagde kreeg gelegenheid zijn schade nader te onderbouwen.
Gedaagde stelde een schadepost van €23.620,- vast op basis van nieuw- en gebruikte waarden van diverse spullen. Eiseres betwistte de waardering en onderbouwing, met name het waarderen op nieuwwaarde. De rechtbank overweegt dat zij de omvang van de schade mag schatten conform artikel 6:97 BW Pro en wijst de vordering toe voor een bedrag van €12.500,-, gelet op de gebrekkige onderbouwing en de overgelegde Marktplaatsadvertenties.
De vordering tot afgifte van de auto wordt toegewezen met een dwangsom voor niet-naleving. Andere vorderingen worden afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiseres wordt veroordeeld tot afgifte van de auto en betaling van €12.500,- schadevergoeding aan gedaagde.