ECLI:NL:RBROT:2024:6587
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maandelijkse aflossingscapaciteit terugvordering AIO-aanvulling
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om een maandelijkse aflossingscapaciteit van €67,90 vast te stellen ter voldoening van een terugvordering van te veel ontvangen AIO-aanvulling van €1.173,31. Eiser betwist de hoogte van dit bedrag en beroept zich op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en de hardheidsclausule uit de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen.
De rechtbank overweegt dat de SVB de aflossingscapaciteit correct heeft vastgesteld op basis van 95% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande pensioengerechtigde, hetgeen overeenkomt met de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Het verschil van twee eurocent wordt verklaard door afrondingsverschillen bij de toepassing van de wettelijke methodiek.
Het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen omdat niet is gebleken dat de aflossingscapaciteit leidt tot een schrijnende situatie. De vaste lasten van eiser kunnen worden voldaan en er is een positief saldo na aftrek van boodschappen. De rechtbank wijst ook het argument af dat de aflossingscapaciteit lager zou moeten zijn vanwege een vermeende onjuiste overweging van de SVB over de aflossingsperiode.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst terugbetaling van griffierecht en proceskosten af en wijst partijen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de maandelijkse aflossingscapaciteit van €67,90 wordt ongegrond verklaard.