Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde01] ,
[gedaagde02],
1.De procedure
- de dagvaardingen van 10 januari 2024, met bijlagen 1 tot en met 6;
- de brief van [eiser01] , met bijlagen 7 en 8;
- de mondelinge behandeling op 22 januari 2024.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand van €7.000,00 door gedaagde, die sinds juli 2023 geen huur heeft betaald. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering grotendeels gegrond is en veroordeelt gedaagde tot betaling van de huurachterstand met wettelijke rente, ontruiming binnen veertien dagen na betekening en betaling van de lopende huur tot ontruiming. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereiste dat gedaagde eerst een brief met een betalingstermijn van vijftien dagen heeft ontvangen.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van eiser, begroot op €2.485,38. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiser snel kan beschikken over de woning en zijn vorderingen kan incasseren.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand met rente, maar vergoeding incassokosten wordt afgewezen.