ECLI:NL:RBROT:2024:6853
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na herroeping ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren wegens onvoldoende medewerking aan een rijvaardigheidsonderzoek. Het CBR verklaarde het bezwaar gegrond en herroept het besluit, waarbij verzoeker tijdelijk zijn rijinstructeur als tolk mag gebruiken.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn verzoek om een voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Het CBR stemde in met vergoeding van griffierechten en kosten voor het indienen van het verzoekschrift.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR door het herroepen van het besluit feitelijk aan het verzoek tegemoet is gekomen, waardoor proceskostenveroordeling op zijn plaats is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 875,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verzoeker wordt geadviseerd zich tot het CBR te wenden voor vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.V. van Baaren op 8 juli 2024 zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het CBR is veroordeeld tot betaling van € 875,- aan verzoeker als proceskostenvergoeding.