ECLI:NL:RBROT:2024:6867
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening woningsluiting
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester om haar woning te sluiten. In het besluit op bezwaar van 4 juni 2024 is echter vermeld dat de woningsluiting niet wordt geëffectueerd. Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank op 11 juni 2024 aan verzoekster gevraagd of zij het verzoek om voorlopige voorziening wenst voort te zetten. Verzoekster heeft daarop haar verzoek ingetrokken en verzocht de burgemeester te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. De rechter overweegt dat een bestuursorgaan alleen in de proceskosten kan worden veroordeeld als het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan het verzoek om voorlopige voorziening, bijvoorbeeld door het besluit voorlopig op te schorten. In deze zaak is dat niet het geval omdat de woningsluiting niet wordt geëffectueerd en dit al in het besluit op bezwaar stond vermeld.
Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor een proceskostenveroordeling. Het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt, is onvoldoende als die tegemoetkoming al in het besluit op bezwaar is vastgelegd en niet tijdens de voorlopige voorzieningenprocedure is genomen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af en verklaart de uitspraak zonder zitting gedaan op 25 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek om veroordeling in de proceskosten wordt afgewezen omdat de burgemeester niet tijdens de voorlopige voorzieningenprocedure aan verzoekster is tegemoetgekomen.