ECLI:NL:RBROT:2024:6982
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding tegen beschermingsbewindvoerder wegens onvoldoende onderbouwing
Betrokkenen stonden onder beschermingsbewind vanwege problematische schulden. Zij dienden een klacht in tegen de voormalige bewindvoerder en verzochten om schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen in het bewind.
De kantonrechter stelde betrokkenen in de gelegenheid hun klacht nader te onderbouwen, maar ondanks meerdere schriftelijke reacties bleek onvoldoende dat er sprake was van daadwerkelijke schade door toedoen van de bewindvoerder. Verwijten betroffen onder meer een oude zorgverzekeringsfactuur, achterstanden in boedelafdracht en te hoge belastingtoeslagen.
De rechtbank oordeelde dat de schulden uiteindelijk zijn kwijtgescholden in het kader van de Wsnp, waardoor geen concrete financiële schade is ontstaan. Ook werd erkend dat de bewindvoerder op bepaalde momenten adequater had kunnen reageren, maar dit was onvoldoende voor toekenning van schadevergoeding.
De kantonrechter wees het verzoek daarom af en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na beschikking.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding tegen de voormalige bewindvoerder is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade.