ECLI:NL:RBROT:2024:7029
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder en kreeg haar uitkering herzien over de periode 1 januari 2022 tot en met 30 september 2022 vanwege niet gemelde inkomsten en middelen. Het college vorderde ten onrechte betaalde bijstand terug en brutering werd toegepast vanwege niet terugvorderbare loonbelasting en premies.
De rechtbank overweegt dat stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van eiseres als middelen en inkomen worden aangemerkt, tenzij eiseres het tegendeel bewijst. Eiseres kon beschikken over de middelen, waaronder bijschrijvingen op de rekening van haar zoon, en heeft haar inlichtingenplicht geschonden door deze niet te melden. Haar uitleg over contante stortingen werd niet gevolgd wegens gebrek aan bewijs.
Eiseres voerde aan dat dringende redenen tot terugvordering moesten leiden tot afzien hiervan, maar de rechtbank oordeelt dat haar financiële situatie niet uitzonderlijk genoeg is en dat de terugvordering terecht is. Ook het beroep op schending van het IVRK faalt omdat het college voldoende rekening hield met de belangen van haar kinderen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst proceskostenvergoeding af en bevestigt de terugvordering en brutering van de bijstand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.