ECLI:NL:CRVB:2022:2556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na kasstortingen en bijschrijvingen als inkomen
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet sinds 1992. Naar aanleiding van een anonieme melding over handelen in oud ijzer heeft een sociaal rechercheur onderzoek gedaan, waarbij kasstortingen en bijschrijvingen op hun bankrekening werden geconstateerd over de periode januari 2017 tot en met september 2019.
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen heeft daarop de bijstand herzien en een terugvordering van ruim €4.000 opgelegd. Appellant voerde aan dat het om leningen ging die hij had terugbetaald en dat een specifieke storting van €1.000 eigen geld betrof. De Raad oordeelde dat stortingen en bijschrijvingen in beginsel als inkomen gelden, ongeacht of het leningen zijn, en dat appellant niet voldeed aan zijn bewijslast om het tegendeel aannemelijk te maken.
Verder stelde appellant dat de terugvordering gezien de gestegen kosten van levensonderhoud en energie onhoudbaar was, maar de Raad vond dit onvoldoende als dringende reden om van terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en het oordeel dat kasstortingen en bijschrijvingen als inkomen gelden.