ECLI:NL:RBROT:2024:7086
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering meerinkomen studiefinanciering 2019 wegens overschrijding bijverdiengrens
Eiseres ontving studiefinanciering tot september 2018 en behaalde in juli 2019 haar diploma. In 2019 had zij een studentenreisproduct en verdiende zij meer dan de bijverdiengrens van €14.682,96, vastgesteld op €15.702,57. De minister legde een vordering van €668,57 op wegens meerinkomen.
Eiseres voerde aan dat zij onterecht niet gehoord was en dat de stagevergoeding geen inkomen zou zijn, maar deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet van toepassing is volgens artikel 7:3 Wsf Pro 2000 en dat de stagevergoeding als loon geldt volgens de Belastingdienst en Suwinet.
Daarnaast stelde eiseres dat zij niet hoefde te vrezen voor terugvordering omdat haar prestatiebeurs was omgezet in een gift, maar de rechtbank benadrukte dat de vordering wegens meerinkomen een zelfstandige vordering is. De rechtbank wees erop dat eiseres op de hoogte had moeten zijn van de bijverdiengrens en het stopzetten van het studentenreisproduct.
Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd gedaan door rechter M.G.L. de Vette op 2 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vordering wegens meerinkomen van €668,57.