De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige jongen, geboren in 2018, vanwege zorgen over huiselijk geweld, stalking door de vader en een onveilige opvoedsituatie. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, combineert de zorg voor het kind met studie en werk, maar wordt vermoed overbelast. De vader heeft geen gezag en vertoont problematisch gedrag, waaronder het niet nakomen van afspraken en een verstandelijke beperking.
Tijdens de zitting was de moeder aanwezig, de vader niet. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) zijn van mening dat een jeugdbeschermer naast de moeder moet worden geplaatst om haar te ondersteunen en hulpverlening te organiseren. De moeder erkent haar kwetsbaarheid en de noodzaak van ondersteuning, maar uit zorgen over de betrokkenheid van jeugdzorg en de rol van de vader.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling is voldaan. Gezien de onveiligheid en het trauma van het kind, de overbelasting van de moeder en de problematiek rond de vader, wordt de ondertoezichtstelling uitgesproken. Vanwege de beperkte beschikbaarheid van een vaste jeugdbeschermer wordt de duur vastgesteld op zes maanden, met een pro forma zitting gepland om de voortgang te evalueren.