ECLI:NL:RBROT:2024:7222
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens vermoedelijke voorbereidingshandelingen harddrugs
De burgemeester van Rotterdam besloot op 17 juli 2024 de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van spullen die duiden op voorbereidingshandelingen voor harddrugs. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven.
Tijdens de zitting op 25 juli 2024 werd vastgesteld dat verzoeker een spoedeisend belang had omdat zonder voorlopige voorziening de woning drie maanden gesloten zou blijven. De politie trof op 29 mei 2024 onder meer 250 gram versnijdingsmiddel (paracetamol en cafeïne) aan, maar overige goederen konden niet zonder meer worden gekoppeld aan drugshandel. Verzoeker betwistte de relatie van de goederen met drugs en stelde dat sommige goederen voor woningverbouwing waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende bewijs had geleverd voor sluiting op basis van de overige goederen en dat nader onderzoek nodig was, zoals een verklaring van de politie over een eerdere inval en onderzoek naar de bruine substantie. Daarom werd het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.