Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 maart 2024, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- de akte overlegging producties in conventie, tevens antwoord in reconventie, met bijlagen.
2.De beoordeling
- de niet-betaalde huur over de maand mei 2023. Dit is een bedrag van € 4.812,35;
- huur of een gebruiksvergoeding voor de maanden juni en juli 2023, toen VA tijdelijk werknemers heeft geplaatst in verband met bestrijding van de bedwantsenplaag. Dit gaat om een bedrag van (2 × € 4.812,35 =) € 9.624,70;
- een schadevergoeding in verband met huurderving over de maanden augustus en september 2023, toen [naam bedrijf] werkzaamheden heeft verricht in de woning en BHR de woning niet opnieuw kon verhuren. Dit gaat om een bedrag van (wederom) € 9.624,70;
- vergoeding van de kosten van [naam bedrijf] van € 5.177,59;
- vergoeding van voorbereidingskosten die BHR zelf heeft moeten maken voordat [naam bedrijf] aan het werk kon. Dit is een bedrag van € 3.049,20;
- een schadevergoeding voor het vervangen van laminaat van € 2.178,- en voor het vervangen van meubilair van € 2.000,-;
- buitengerechtelijke kosten van € 1.091,54.