Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Woningstichting De Woonplaats,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.Slotsom
€ 797,80
€ 1.429,80.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak huurt [geïntimeerde] een woning van De Woonplaats. Tussen juli 2012 en januari 2013 zijn meerdere keren bestrijdingsmiddelen ingezet tegen bedwantsen in de woning. Vanaf februari 2013 heeft [geïntimeerde] de huur voor 50% opgeschort vanwege deze overlast.
De Woonplaats vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur, terwijl [geïntimeerde] in reconventie herstel van het gebrek en huurvermindering eiste. De kantonrechter stelde vast dat bedwantsen aanwezig waren en dat dit een gebrek vormde volgens artikel 7:204 BW Pro.
Het hof stelde vast dat bedwantsen inderdaad aanwezig waren, gebaseerd op onderzoek van insecten en medische verklaringen. Echter, het hof oordeelde dat de aanwezigheid van bedwantsen geen gebrek oplevert omdat deze met de huurder en haar interieur zijn meegekomen, en er geen bewijs is dat de verhuurder of woningconstructie hieraan bijdroeg.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verwees de zaak terug naar de kantonrechter. Tevens veroordeelde het hof [geïntimeerde] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de aanwezigheid van bedwantsen geen gebrek vormt en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter.