De Leeuw van Putten verhuurt sinds juni 2022 een woning aan [gedaagde 1]. Vanaf november 2022 verbleef [gedaagde 2] met haar kinderen zonder recht of titel in de woning, nadat [gedaagde 1] tijdelijk elders verbleef en een onderhuurprijs afsprak. Na opzegging van de huurovereenkomst door [gedaagde 1] per juni 2024 en het verstrijken van de oplevertermijn in juli 2024, weigerde [gedaagde 2] de woning te verlaten.
De Leeuw van Putten vordert ontruiming, betaling van achterstallige huur, schadevergoeding wegens winstafdracht uit onderverhuur en een gebruiksvergoeding. De rechtbank verleent verstek tegen [gedaagde 2] en wijst de ontruiming toe wegens spoedeisend belang en aannemelijkheid van de vordering in een bodemprocedure. Ook wordt de huurachterstand van €1.293,72 toegewezen.
De schadevergoeding wegens illegale onderverhuur wordt deels toegewezen tot €782,90, omdat de kosten voor gas, water en licht niet in mindering mogen worden gebracht. De maandelijkse gebruiksvergoeding van €617,80 door [gedaagde 2] wordt eveneens toegewezen. De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.