ECLI:NL:RBROT:2024:7595
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding bevestigd door rechtbank
Eiseres ontving sinds 30 juli 2020 een bijstandsuitkering die per 1 december 2022 werd ingetrokken wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding met de vader van haar kinderen. Verweerder startte een onderzoek na een melding van het inlichtingenbureau over een toename van het banksaldo in 2021, waarbij diverse waarnemingen en gegevens werden verzameld.
De rechtbank oordeelt dat het hoofdverblijf van de partner van eiseres in de onderzochte periode op het uitkeringsadres was, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven. Dit blijkt uit 43 waarnemingen, schoolformulieren en pintransacties die het standpunt van verweerder ondersteunen. Eiseres is niet verschenen op de zitting en heeft de onderzoeksresultaten niet kunnen weerleggen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden door de gezamenlijke huishouding niet te melden. Hierdoor kon verweerder het recht op bijstand niet correct vaststellen. Omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht op bijstand zou hebben gehad indien zij wel had voldaan aan haar inlichtingenplicht, is de intrekking terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding.