ECLI:NL:RBROT:2024:7688
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college Rotterdam in proceskosten na intrekking voorlopige voorziening bij opschorting bijstandsuitkering
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn bijstandsuitkering op te schorten per 2 mei 2024. Op 28 mei 2024 nam het college een nieuw besluit waarin de opschorting werd opgeheven met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2024. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn verzoek om een voorlopige voorziening in en verzocht de voorzieningenrechter het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college stelde dat niet aan verzoeker was tegemoetgekomen omdat verzoeker pas geruime tijd na het opschortingsbesluit contact had opgenomen. De voorzieningenrechter constateerde echter dat dit niet uit de stukken blijkt en dat het college dit ook niet had geregistreerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college met het nieuwe besluit wel degelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen en dat dit een reden was om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe en veroordeelde het college tot betaling van € 875,- aan proceskosten, gebaseerd op de ingediende proceshandeling van verzoekers gemachtigde. Tevens wees de voorzieningenrechter erop dat het college het griffierecht van € 51,- kan vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten.