Op 16 oktober 2023 werd een melding gedaan van een roofoverval bij een loods in [plaatsnaam]. Vijf mannen met bivakmutsen zouden tassen met vermoedelijk cocaïne inladen in twee auto's. De politie trof de auto's niet meer aan, maar vond in de loods blokken met cocaïne.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 54 maanden wegens diefstal in vereniging en medeplegen van het vervoeren van verdovende middelen. De verdachte werd onder meer gekoppeld aan de locatie via DNA-sporen in een van de auto's en GPS-gegevens, alsmede een telefoonnummer dat in de buurt van zijn woonadres werd gebruikt.
De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om de verdachte als (mede)pleger aan te merken. De aanwezigheid van DNA in de auto betekent niet dat de verdachte op het moment van de feiten in de auto zat. Ook kon niet worden vastgesteld dat de verdachte de telefoon gebruikte. Bovendien was niet bewezen dat de tassen daadwerkelijk wederrechtelijk waren weggenomen, aangezien de cocaïne alleen in de loods was aangetroffen.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam op 3 juli 2024.