ECLI:NL:RBROT:2024:797
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks verkeersboetes
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens het niet kunnen voldoen aan haar schulden. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoekster is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betalingen.
Hoewel verzoekster meerdere verkeersboetes heeft die niet te goeder trouw zijn ontstaan, kan de regeling toch worden toegewezen op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro, omdat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. Dit blijkt uit haar bereidheid tot beschermingsbewind en het feit dat zij geen voertuigen meer op haar naam heeft.
De rechtbank stelt de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden, benoemt een rechter-commissaris en kent een voorschot toe aan de bewindvoerder. Tevens wordt bepaald dat verzoekster zich onder beschermingsbewind laat stellen en houdt gedurende de regeling. De rechtbank is bevoegd op grond van EU-verordening 2015/848 omdat het centrum van haar belangen in Nederland ligt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de wettelijke schuldsaneringsregeling toe met een termijn van 18 maanden onder beschermingsbewind.