AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing vordering wegens onjuiste incassokosten en betaling hoofdsom
Landhuis Makelaardij vorderde betaling van een resterende hoofdsom van €70 en buitengerechtelijke incassokosten van €67,50 van [gedaagde], die de taxatie van zijn woning door Landhuis Makelaardij had laten uitvoeren. Hoewel [gedaagde] aanvankelijk ontkende opdracht te hebben gegeven, erkende hij tijdens de zitting de overeenkomst en ontving hij het taxatierapport.
De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst van opdracht vaststaat en dat de resterende hoofdsom toewijsbaar is. Tijdens de zitting betaalde [gedaagde] contant de resterende €70, waardoor de hoofdsom en rente tenietgingen en de vordering daarop werd afgewezen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat Landhuis Makelaardij geen correcte aanmaningen had gestuurd conform de wettelijke termijn van 14 dagen, zoals vereist in artikel 6:96 lid 6 BWPro. De aanmaningen vermeldden kortere termijnen en includeerden de incassokosten, waardoor de vordering niet toewijsbaar was.
Ten slotte oordeelde de kantonrechter dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, mede omdat Landhuis Makelaardij ten onrechte een te hoge hoofdsom had gevorderd in de dagvaarding, zonder rekening te houden met eerdere betalingen van [gedaagde].
Uitkomst: De vordering van Landhuis Makelaardij wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10980907 CV EXPL 24-6967
datum uitspraak: 23 augustus 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Landhuis Makelaardij Taxaties O.Z. B.V.
gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: P. de Ruijter van Juristu Incasso Juristen BV te Heerhugowaard,
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert, zonder bijstand van een gemachtigde.
Partijen worden hierna ‘Landhuis Makelaardij’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 27 februari 2024, met bijlagen;
de aantekeningen van de mondelinge reactie van [gedaagde] op de rolzitting van 28 maart 2024;
de akte vermindering van eis van 5 april 2024.
1.2.
Op 9 augustus 2024 is de zaak tijdens een zitting met partijen besproken. Daarbij waren aanwezig: [naam], eigenaar van Landhuis Makelaardij en [gedaagde] met zijn vrouw.
2.Het geschil
2.1.
Landhuis Makelaardij vordert, na vermindering van eis, samengevat:
[gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 137,50 met rente;
[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
[gedaagde] te veroordelen in de nakosten met rente;
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt gevorderd, bestaat uit de resterende hoofdsom van € 70,00 en buitengerechtelijke kosten van € 67,50.
2.2.
Landhuis Makelaardij baseert de vordering op het volgende.
In opdracht van [gedaagde] is zijn woning door Landhuis Makelaardij getaxeerd. Dit tegen een overeengekomen bedrag van € 450,00. [gedaagde] heeft een bedrag van € 70,00 onbetaald gelaten. Ook nadat hij daartoe herhaaldelijk is aangemaand, is [gedaagde] niet tot (volledige) betaling overgegaan. Landhuis Makelaardij heeft kosten moeten maken in haar poging om [gedaagde] te laten betalen. Om die reden maakt Landhuis Makelaardij tevens aanspraak op een vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zij maakt ook aanspraak op de wettelijke rente, omdat [gedaagde] in verzuim is.
2.3.
[gedaagde] heeft op de rolzitting van 28 maart 2024 in eerste instantie als verweer aangevoerd dat hij geen opdracht heeft gegeven voor een taxatie van zijn woning. Tijdens de zitting heeft hij erkend dat hij de door Landhuis Makelaardij overgelegde overeenkomst van opdracht heeft ondertekend, dat er ook een taxateur bij hem langs is geweest en dat hij het taxatierapport ook heeft ontvangen.
3.De beoordeling
Hoofdsom en rente
3.1.
Gezien de erkenning van [gedaagde] ter zitting en het feit dat hij een groot deel van de gevorderde kosten al betaald heeft, oordeelt de kantonrechter dat de door Landhuis Makelaardij gestelde overeenkomst van opdracht tot taxatie van de woning van [gedaagde] vaststaat. De resterende hoofdsom van € 70,00 is dan ook toewijsbaar. [gedaagde] heeft ter zitting voor het oog van de kantonrechter en de griffier contant een bedrag van € 70,00 aan Landhuis Makelaardij betaald. Partijen zijn met elkaar overeengekomen dat daarmee de vordering van de hoofdsom vermeerderd met de gevorderde rente is tenietgegaan. Nu door deze betaling geen vordering van Landhuis Makelaardij op [gedaagde] meer resteert, wordt de gevorderde hoofdsom van € 70,00 afgewezen.
incassokosten
3.2.
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Landhuis Makelaardij heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen de in de wet genoemde termijn alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BWPro). In de brief van 24 juni 2022 die aan [gedaagde] is gestuurd staat een termijn die niet voldoet aan de wet (ECLI:NL:HR:2016:2704), te weten een termijn van 5 dagen, terwijl de wet uitgaat van een termijn van 14 dagen. De gemachtigde van Landhuis Makelaardij heeft vervolgens verdere aanmaningen aan [gedaagde] gestuurd, maar die brieven voldoen evenmin aan de wettelijke eisen. Niet alleen worden in die brieven afwijkende termijnen van betaling genoemd, o.a. 10 dagen en 48 uur, maar bovendien wordt [gedaagde] in die brieven aangemaand tot betaling van de openstaande hoofdsom, inclusief de buitengerechtelijke kosten. Zoals hiervoor ook al overwogen gaat de wet er echter vanuit dat de schuldeiser pas recht heeft op betaling van de buitengerechtelijke kosten als de debiteur, in dit geval [gedaagde], gewezen is op die kosten en de gelegenheid heeft gekregen om binnen 14 dagen na ontvangst van de aanmaning de openstaande hoofdsom, zonder bijkomende kosten, te voldoen. Kortom, doordat verzuimd is correcte aanmaningen te versturen, is de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar.
Proceskosten
3.3.
De kantonrechter oordeelt dat partijen ieder de eigen proceskosten dienen te dragen. Niet alleen omdat een deel van de vordering van Landhuis Makelaardij (te weten de buitengerechtelijke kosten) wordt afgewezen, maar ook omdat ten onrechte gedagvaard is voor een hoofdsom van € 170,00 terwijl op dat moment “slechts” een bedrag van € 70,00 aan hoofdsom openstond. Uit de akte op de rol van 10 april 2024 blijkt immers dat [gedaagde] op 6 november 2023 en 6 december 2023 nog twee termijnen van € 50,00 betaald heeft. Met die betalingen is geen rekening gehouden in de dagvaarding die op 27 februari 2024 aan [gedaagde] is betekend.
4. De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
wijst de vordering van Landhuis Makelaardij af;
4.2.
bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen;
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.