Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Procedure
2.Voorafgaande veroordeling
3.Vordering
- het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op een bedrag van € 794.892,- (€ 810,667,- minus € 15.775,-);
- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van dat bedrag van € 794.892,-, minus 5% voor de overschrijding van de redelijke termijn, ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
5.Standpunt verdediging
6.Beoordeling en schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 600.000,-.
€ 477.250,-.
€ 1.077.250,-ontving aan opbrengsten.
- 15.775,-
7.Vaststelling van de betalingsverplichting
8.Maximale duur gijzeling
- voor bedragen tot € 50.000,- geldt een maximum van 360 dagen;
- voor bedragen tot € 500.000,- geldt een maximum van 720 dagen;
- voor bedragen van € 5.000.000,- of meer geldt een maximum van 1080 dagen.
- 720 dagen (voor de eerste € 500.000,-) plus
- 2 dagen voor de resterende € 23.044,- (23.044 / 4.500.000,- × 360) is totaal 722 dagen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
€ 697.392,-(zegge:
zeshonderdzevenennegentigduizend driehonderdtweeënnegentig euro);
€ 523.044,-(zegge:
vijfhonderddrieëntwintigduizend vierenveertig euro) ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel;
722(zegge:
zevenhonderdtweeëntwintig) dagen;