Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Procedure
2.Voorafgaande veroordeling
3.Vordering
- het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op een bedrag van € 375.330,-;
- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 375.330,-, ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel.
4.Standpunt verdediging hoogte ontnemingsvordering
5.Beoordeling en schatting het wederrechtelijk verkregen voordeel
- 50% van € 272.000,- = € 136.000,- (2008),
- 50% van € 309.362,- = € 154.816,- (2009) en
- 50% van € 270.000,- = € 135.000,- (2010).
€ 375.330,-.
€ - 17.384,-
6.Vaststelling van de betalingsverplichting
€ 254.366,25(€ 339.155,00 minus € 84.788,75) aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
7.Maximale duur gijzeling
- voor bedragen tot € 50.000,- geldt een maximum van 360 dagen;
- voor bedragen tot € 500.000,- geldt een maximum van 720 dagen;
- voor bedragen van € 5.000.000,- of meer geldt een maximum van 1080 dagen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
€ 339.155,-(zegge:
driehonderdnegenendertigduizend honderdvijfenvijftig euro);
€ 254.366,25(zegge:
tweehonderdvierenvijftigduizend driehonderdzesenzestig euro en vijfentwintig cent) ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel;
523(zegge:
vijfhonderddrieëntwintig)
dagen;