ECLI:NL:RBROT:2024:8658
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering uitbetaling forfaitair bedrag in hersteloperatie toeslagen
De rechtbank Rotterdam heeft op 27 augustus 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het besluit van Dienst Toeslagen om hem na een lichte toets geen forfaitair bedrag van €30.000 toe te kennen in het kader van de hersteloperatie toeslagen.
Eiser had kinderopvangtoeslag aangevraagd voor 2010-2012 en werd geconfronteerd met terugvordering vanwege minder afgenomen opvanguren. Hij voerde aan dat hij en zijn partner afzonderlijk gedupeerd waren en dat het forfaitaire bedrag onterecht aan zijn partner was toegekend. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) het forfaitaire bedrag slechts eenmaal wordt toegekend aan een van de partners en dat de situatie van eiser binnen de wetgeving past. Er was geen sprake van ongerechtvaardigd onderscheid of onzorgvuldig besluit.
Wel erkende de rechtbank dat de incasso van de terugvordering voor eiser ingrijpend was geweest en dat de betalingsregeling onzorgvuldig was geweigerd, maar dat hiervoor reeds compensatie was toegekend. De hardheidsclausule werd daarom niet toegepast. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde Dienst Toeslagen en de Staat tot betaling van proceskosten.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor hij geen recht heeft op het forfaitaire bedrag van €30.000. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van Spengen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij krijgt geen forfaitair bedrag van €30.000 toegekend.