Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 13 februari 2024;
- het verweerschrift van de man, ingekomen op 30 juli 2024;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 8 augustus 2024.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), in zijn adviserende rol, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- drie weekenden per vier weken van 15:00 tot zondag 18:00 uur, waarbij [voornaam minderjarige 1] één keer in de acht weken een weekend alleen bij vader verblijft en [voornaam minderjarige 2] dus één weekend per acht weken bij de vrouw verblijft;
- gedurende twee aaneensluitende weken in de zomervakantie voor zowel [voornaam minderjarige 1] als [voornaam minderjarige 2] en een derde week voor [voornaam minderjarige 1] , welke aansluitend aan de twee weken of een losse week mag zijn, zodat [voornaam minderjarige 1] een week per jaar alleen bij man verblijft en [voornaam minderjarige 2] een week per jaar alleen bij de vrouw verblijft;
- gedurende de oneven jaren in de eerste week van de kerstvakantie en gedurende de even jaren in de tweede week van de kerstvakantie;
- in de even jaren gedurende de herfstvakantie en in de oneven jaren gedurende de voorjaarsvakantie;
- in de even jaren gedurende kerstavond en eerste kerstdag en gedurende de oneven jaren tijdens oud en nieuw;
- gedurende tweede paasdag en tweede pinksterdag;
- dat de man de kinderen zal halen en brengen.
4.De beslissing
- [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gedurende de even jaren in de eerste week van de kerstvakantie en gedurende de oneven jaren in de tweede week van de kerstvakantie bij de man zullen verblijven;
- in de zomervakantie zowel [voornaam minderjarige 1] als [voornaam minderjarige 2] twee weken aaneengesloten en [voornaam minderjarige 1] een derde week alleen bij man verblijven.