ECLI:NL:RBROT:2024:8821
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening tegen opschortingsbesluit bijstandsuitkering
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het opschortingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam van 14 augustus 2024 betreffende zijn bijstandsuitkering. Nadat het college het besluit op 27 augustus 2024 introk, trok verzoeker zijn verzoek om een voorlopige voorziening in en verzocht om veroordeling van het college in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot proceskostenveroordeling beoordeeld. Volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan in de proceskosten worden veroordeeld indien het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan het verzoek om voorlopige voorziening, bijvoorbeeld door het besluit voorlopig op te schorten.
In deze zaak was het college niet aan het verzoek tegemoetgekomen, omdat de opschorting van de uitkering voortvloeide uit het feit dat verzoeker niet tijdig de gevraagde bankafschriften had ingeleverd. Het college heeft het opschortingsbesluit pas ingetrokken nadat verzoeker alsnog de gevraagde informatie had aangeleverd. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker zelf verantwoordelijk was voor het voeren van de procedure en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling werd afgewezen omdat het college niet aan het verzoek om voorlopige voorziening was tegemoetgekomen.