ECLI:NL:RBROT:2024:8924
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid ACM tot handhaving kwaliteit bezorging niet-aangetekende post door PostNL
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) om niet handhavend op te treden tegen PostNL wegens het niet bezorgen van niet-aangetekende post. Eerder was al een gerelateerd geschil over aangetekende post aan de orde, waarbij de rechtbank oordeelde dat eiser persoonlijk belang had en dat ACM haar besluitvorming moest verbeteren.
De rechtbank stelt vast dat de ACM niet bevoegd is tot zelfstandige normstelling naast de algemene maatregel van bestuur, het Postbesluit 2009, en dat de ACM geen handhavende bevoegdheid heeft om naleving van contractvoorwaarden door PostNL af te dwingen. De ACM had de aanvraag van eiser moeten afwijzen wegens gebrek aan bevoegdheid, niet wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank wijst het beroep af, maar veroordeelt de ACM tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak bevestigt dat de ACM haar toezichthoudende rol strikt moet beperken tot de wettelijke kaders en niet mag afwijken van de in de Postwet en het Postbesluit neergelegde normen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de ACM niet bevoegd is tot handhaving van kwaliteitseisen voor niet-aangetekende postbezorging door PostNL.