Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 december 2022 in de zaak tussen
Koninklijke PostNL B.V. en PostNL N.V. (tezamen: PostNL), eiseressen
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster
Procesverloop
Overwegingen
criminal chargeals bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De daarbij behorende onschuldpresumptie brengt met zich dat het aan het bestuursorgaan is om aan te tonen dat betrokkene de overtreding heeft gepleegd. De ACM heeft dan ook ten onrechte nagelaten nader onderzoek te doen naar de door PostNL ingeroepen omstandigheden.
force majeure, verlangen dat de gebeurtenis: i. niet is veroorzaakt door het postbedrijf; ii. niet voorzienbaar is; iii. niet vermijdbaar is; iv. zeldzaam is en v. een aantoonbaar effect heeft op meerdere achtereenvolgende bezorgdagen. De meetinstructie noemt in dat kader natuurrampen of terroristische aanslagen als voorbeelden van
force majeure. Perioden van het jaar of dagen met ongebruikelijk grote volumes post vormen geen
force majeure. Gelet op wat onder 11 is overwogen kan verder niet worden volgehouden dat de ontstane situatie niet is veroorzaakt door het postbedrijf, niet voorzienbaar was en niet vermijdbaar was. Duidelijk is daarom dat niet aan deze cumulatieve voorwaarden is voldaan. Dit betekent dat de norm van 95% onverkort van toepassing is gebleven op PostNL. Voorts heeft de ACM er in het onderzoeksrapport niet ten onrechte op gewezen dat het jaarlijkse resultaat voor de vijfdaagse overkomstduur sinds 2014 gestaag is gezakt van 96,7% naar 95% in 2018. Voorts heeft de ACM vastgesteld dat PostNL gedurende het jaar 2019 nauwelijks heeft gewerkt aan het opbouwen van een buffer teneinde zeker te stellen dat zij – bij bijvoorbeeld een tegenvallende latere maand – toch het percentage van 95% zou halen. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de situatie waarin PostNL terecht is gekomen, een gevolg is van beleidsmatige keuzes die zij heeft gemaakt rond de overname van Sandd. De ACM wijst er in dit verband terecht op dat door partijen bij de fusie niet is gevraagd om een noodfusie als gevolg van een zogenoemde
failing firm. Hieruit volgt voorts dat PostNL geen beroep toekomt op de schulduitsluitingsgrond van artikel 5:41 van Pro de Awb.