Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:8935

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 september 2024
Publicatiedatum
13 september 2024
Zaaknummer
C/10/676592 / JE RK 24-728
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BWArt. 1:265i BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige met instemming belanghebbenden

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die momenteel in een pleeggezin verblijft. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. Eerder zijn ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen verlengd en toegekend door de rechtbank.

Vanwege praktische redenen, waaronder het zittingsrooster en verhinderingen van advocaten, kon geen mondelinge behandeling plaatsvinden voor het aflopen van de huidige machtiging. De kinderrechter besloot daarom met instemming van de belanghebbenden de machtiging tot uithuisplaatsing met een maand te verlengen tot 1 november 2024. Tevens werd het resterende verzoek aangehouden voor behandeling tijdens een gecombineerde zitting op 17 oktober 2024.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de betrokken partijen zijn opgeroepen voor de zitting. Het hoger beroep kan binnen drie maanden na uitspraak worden ingesteld door verzoeker en belanghebbenden. De kinderrechter achtte de verlenging noodzakelijk omdat de gronden voor verlenging nog aanwezig zijn volgens artikel 1:265b BW.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige is verlengd tot 1 november 2024 met instemming van de belanghebbenden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/676592 / JE RK 24-728
Datum uitspraak: 13 september 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige],
hierna te noemen: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. J. van der Stel, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt in haar beoordeling mee:
  • de beschikking van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 15 mei 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • het e-mailbericht mr. F.C. Hoogeveen van 15 mei 2024;
  • het e-mailbericht van de GI van 21 mei 2024;
  • het e-mailbericht van mr. J. van der Stel van 29 mei 2024;
  • het bericht met bijlagen van de GI van 15 juli 2024;
  • het bericht met bijlagen van de GI van 18 juli 2024;
  • het e-mailbericht van mr. J. van der Stel van 31 juli 2024;
  • het e-mailbericht van mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching van 5 augustus 2024;
  • het e-mailbericht van de GI van 19 augustus 2024;
  • het e-mailbericht van mr. J .van der Stel van 22 augustus 2024;
  • het e-mailbericht van mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching van 26 augustus 2024.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
Bij beschikking van de meervoudige kamer in deze rechtbank van
28 november 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 8 december 2024.
2.4.
Bij beschikking van de meervoudig kamer in deze rechtbank van 15 mei 2024 is de uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang tot
1 oktober 2024. Bij deze beschikking is de beslissing op het overig verzochte aangehouden tot 1 augustus 2024 pro forma.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt de rechtbank op grond van l:265i van het Burgerlijk Wetboek
(BW) toestemming te verlenen tot wijziging in het verblijf van [minderjarige] naar een pleeggezin.
3.2.
Ter zitting van 15 mei 2024 heeft de GI het verzoek gewijzigd in die zin dat de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verzoekt voor de duur van de ondertoezichtstelling.

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op de afloopdatum van de machtiging tot uithuisplaatsing, het zittingsrooster van de rechtbank en de verhinderdata van de advocaten, is het niet mogelijk gebleken om vóór de afloopdatum van de machtiging tot uithuisplaatsing een mondelinge behandeling te plannen en alle partijen te horen.
4.2.
Nu de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] op zeer korte termijn afloopt, zal de kinderrechter – met instemming van de belanghebbenden - de machtiging verlengen voor de duur van een maand, te weten tot 1 november 2024. Uit de stukken volgt ook dat nog aan de gronden voor een verlenging wordt voldaan (artikel 1:265b, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek).
4.3.
Het resterende deel van het verzoek van de GI zal worden aangehouden en door de meervoudige kamer worden behandeld tijdens de mondelinge behandeling op 17 oktober 2024. De zaak zal gecombineerd worden behandeld met de aangehouden zaken geregistreerd onder de zaaknummers C/10/676598 / JE RK 24-729A en C/10/676598 / JE RK 24-729B.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 november 2024;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de ouders en hun advocaten in deze zaken zal plaatsvinden op
17 oktober 2024 om 13:30 uurin het gerechtsgebouw te
Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
5.4.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M.P.G. Rietbergen, mr. A.A.J. de Nijs en
mr. C.C. Peterse, kinderrechters;
5.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de ouders en hun advocaten.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.