De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die verblijft in een gezinshuis. De moeder voert verweer en stelt dat nog niet alle hulp is ingezet om thuis een goede opvoedsituatie te bieden. Het KSCD-onderzoek, dat de opvoedvaardigheden van (stief)ouders in kaart moet brengen, is nog niet afgerond, wat vertraging oplevert.
De rechtbank beoordeelde tevens de procespositie van twee stiefvaders: een vader van halfbroers en -zus en de juridische vader die de minderjarige heeft erkend. De rechtbank concludeert dat geen van beiden als belanghebbende kan worden aangemerkt, maar dat de juridische vader als informant wordt aangemerkt vanwege zijn erkenning.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 1 oktober 2024, met een pro forma zitting op 1 augustus 2024. De rechtbank verzoekt de gecertificeerde instelling om uiterlijk op die datum het KSCD-rapport en een plan van aanpak over te leggen. Hoger beroep kan binnen drie maanden na uitspraak worden ingesteld.